Judith van Setten- van den Brink
We herkennen het allemaal: de haast om de tram, bus of trein te halen. Zeker in deze periode van het jaar en tijdens spitstijd kan het zicht op het verkeer sterk verminderd zijn. Het overkwam een vrouw in Den Haag die als voetganger werd aangereden door een tram. Het Hof Den Haag oordeelde in hoger beroep dat zij 85% vergoed krijgt van haar schade.
Wat was er gebeurd?
De vrouw wilde de tram halen die van rechts naderde en moest daarvoor eerst de trambaan oversteken. Zij passeerde de trambaan zonder eerst te kijken, waardoor zij over het hoofd zag dat een tram van links naderde. De aanrijding kon niet worden voorkomen. Het slachtoffer liep ernstig letsel op.
De vervoersmaatschappij heeft op de dag van het ongeval een rapportage opgesteld. De trambestuurder schreef daarin dat de tram rond de 25 km/u reed en het slachtoffer plotseling was overgestoken. Het was slecht weer, de vrouw droeg een paraplu en reageerde niet op de belsignalen.
Geschil
De vervoersmaatschappij heeft de aansprakelijkheid aanvankelijk afgewezen en later aangeboden om 60% van de schade te vergoeden. Partijen bereikten geen overeenstemming over de schulddeling. In eerste aanleg oordeelde de Rechtbank dat de vervoersmaatschappij de schade voor 50% moest vergoeden. Het slachtoffer is hiertegen in hoger beroep gegaan.
Standpunten in hoger beroep
In hoger beroep stelde het slachtoffer zich op het standpunt dat:
De plaats waar zij overstak gelijkgesteld zou moeten worden aan een zebrapad, dus ze had recht van oversteek.
Het verkeerslicht bij het zebrapad groen kleurde.
Het onvoldoende duidelijk was dat ze de tram voorrang moest verlenen.
De vervoersmaatschappij geen ongevallenanalyse had uitgevoerd, waardoor niet vastgesteld kon worden of de signaalbellen en waarschuwingslichten goed werkten.
De trambestuurder te snel reed en geen gebruik maakte van de noodrem, wat de aanrijding had kunnen voorkomen.
Het slachtoffer stelt zich op het standpunt dat zij slechts voor 15% heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Met een beroep op de billijkheidscorrectie betoogde zij dat de vervoersmaatschappij de schade voor 100% moest vergoeden.
De vervoersmaatschappij betoogt dat het slachtoffer op diverse manieren zelf heeft bijgedragen aan de schade, door onder meer:
Geen voorrang te verlenen aan de tram;
De rode lichten te negeren;
Niet te reageren op de automatische signaalbellen en het (extra) signaal van de trambestuurder;
Zichzelf het zicht van het overige verkeer te belemmeren met een opgestoken paraplu;
De trambaan over te steken zonder eerst goed te kijken.
Het oordeel van het hof
De bestuurder van een motorrijtuig dient op grond van art. 185 Wegenverkeerswet minimaal 50% van de schade te vergoeden bij een ongeval met een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer (bijvoorbeeld een fietser of een voetganger). Een tram wordt in deze wet niet aangemerkt als een motorrijtuig, maar deze uitgangspunten worden in de rechtspraak wel toegepast op tramongevallen. Het hof oordeelt daarom allereerst dat ten minste 50% van de schade van een voetganger voor rekening komt van de trambestuurder. In deze situatie was de vervoersmaatschappij als werkgever van de trambestuurder aansprakelijk.
Verder staat niet ter discussie dat er geen sprake was van overmacht. De vervoersmaatschappij doet een beroep op eigen schuld en dient daarvoor de door hen gestelde standpunten te bewijzen. Het feit dat informatie over de feitelijke toedracht ontbrak, kwam daarom voor rekening en risico van de vervoersmaatschappij.
Het hof oordeelt uiteindelijk dat de causale bijdrage van het slachtoffer wordt vastgesteld op 25%, omdat zij niet heeft gekeken voordat zij overstak. Vanwege de ernst van het letsel past het hof een billijkheidscorrectie toe, waardoor de vergoedingsplicht van de vervoersmaatschappij uitkomt op 85%.
Conclusie
Wanneer een voetganger wordt aangereden door een tram is de vervoersmaatschappij als uitgangspunt gehouden om tenminste 50% van de schade te vergoeden. Dit geldt ook als de voetganger enige schuld heeft aan het incident. De vervoersmaatschappij die zich beroept op eigen schuld van de voetganger moet zelf bewijzen dat de voetganger heeft bijgedragen aan het ongeval, daarvoor de beschikbare gegevens veiligstellen en zo nodig laten onderzoeken.
Heb je zelf een tramongeluk meegemaakt of wil je weten hoe de wet in jouw situatie wordt toegepast? Een advocaat kan je helpen bij het aansprakelijk stellen van de vervoersmaatschappij en het verhalen van de schade.
[1] Hof Den Haag 30 juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1397
Deel dit artikel:
Neem contact op
Judith van Setten- van den Brink
Letselschadeadvocaat